3.4. Passies en talenten aan elkaar koppelen: hoe de vonk overslaat

3.4.1 Weet de individuele vonken zitten

Voor innovatie is diversiteit nodig, het is de bron van creativiteit: diverse kennis- of ideeënbronnen, competenties, perspectieven en persoonlijkheden. Zeker binnen KMO's is het cruciaal om deze verschillende talenten en passies van de medewerkers goed te kennen. Je moet immers uit een beperkte vijver aan mensen putten wanneer je mensen wil laten samenwerken om de innovatie in je organisatie te bevorderen. De uitdaging bestaat erin om bij een beperkte groep mensen een zo rijk mogelijke set aan talenten te kennen (link naar 3.2)!

3.4.2 Vier zipblokjes om de vonken te laten overslaan

Elke groep van mensen kan komen tot goed teamwerk

Diversiteit is een bron van creativiteit maar brengt ook onbegrip, misverstanden, ambiguïteit en achterdocht met zich mee. Als dergelijke misverstanden aanslepen, leidt dit tot geblokkeerde samenwerking, onuitgesproken agenda's en soms persoonlijke conflicten. Al te snel wordt in dergelijke situaties geopperd dat de teamsamenstelling niet goed is, “persoonlijkheden” incompatibel zijn of worden mensen naar een “communicatiecursus” gestuurd.
Niet nodig en niet effectief. Er zijn 4 bouwstenen waaraan je kan werken om de vonken te laten overslaan, zonder aan de samenstelling van het team te moeten raken!

Vier zipblokjes op elkaar



Elke samenwerking tussen mensen vindt haar fundering in 4 bouwstenen (naar R. Fry).

→ Duidelijkheid over de kernopdrachten & doelstellingen van het team: begrijpen we daar allemaal hetzelfde onder en staan we er ook samen achter.

→ Duidelijke afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden: wat verwachten we van elkaar zowel op vlak van taken opnemen als in de manier waarop we met elkaar samenwerken, …

→ Een manier van werken & procedures binnen het team waar iedereen achter staat: werkoverleg, doorgeven en opslaan van informatie, opvolgen van resultaten,...

→ Constructieve interactie tussen de teamleden : luisteren, feedback geven, respect tonen.

Daar waar de effecten van effecten van de moeilijke samenwerking vooral voelbaar zijn in de dagelijkse interactie, liggen de oorzaken van deze relationele conflicten vaak bij de onderliggende bouwstenen: het onvoldoende uitklaren en zinvol krijgen van de doelstellingen, rolverwachtingen en/of de procedures. Niet de mensen moeten veranderen, wel de bouwstenen & concrete praktijken waarop hun samenwerking steunt.

Vuurwerk!

Hoe je concreet met die 4 bouwstenen aan de slag gaat, vind je hier: link naar traject “de kwaliteit van teamsamenwerking versterken”

3.4.3 Dialoog voorkomt een uitslaande brand

Speel niet met vuur... De manier waarop mensen in dialoog gaan met elkaar terwijl ze met de zipblokjes aan de slag gaan, is doorslaggevend. We onderscheiden hierbij typisch 3 soorten interactie (naar O. Scharmer).

Talking nice: mensen gaan conflict uit de weg, vermijden zaken te benoemen om de spanning niet nog meer op te voeren, proberen vooral beleefd te zijn, luisteren wel naar elkaar maar durven niet doorvragen. Hierbij wordt dus om de hete brij heen gedanst. Er wordt wel gesproken, maar het vuurwerk blijft uit. En dus ook de doorbraak.

Talking tough: mensen zoeken de discussie op, gaan eens haarfijn zeggen waar het op staat, identificeren zich volledig met hun eigen standpunt, luisteren enkel naar wat in hun kraam past, treden normerend op. Vuurwerk gegarandeerd, maar ook hier geen doorbraak, wel winnaars en verliezers.

Dialogue: mensen nemen de tijd om naar elkaar te luisteren, “zorgfronteren”: benoemen de problemen met respect voor elkaar, zijn bereid hun mening te herzien en geven samen opnieuw vorm aan doelstellingen, rollen, procedures en interactie-afspraken.

Als bedrijfsleider of teamcoach is het cruciaal om het dialoogmodel te installeren vooraleer de bovenvermelde zipblokjes aan te steken. Focus tijdens dit proces ook maximaal op wat werkt  
 

Meer weten?
Rubin, Plovnick en Fry, Handboek teamontwikkeling, 1981

Quinn, Faerman, Thompson & McGrath, Handboek Managementvaardigheden, 2003

Scharmer, C. O. Four fields of generative dialogue, 2003

<-- 3.3. Een goed team      --> 3.5. Manier van beslissen